|
Vragen behorende bij het beraad inzake agendapunt B-2: Samenvoeging ambtelijke organisatie Aalsmeer en Amstelveen
1. Garanties dat Aalsmeer zijn beleidsvrijheid behoudt In de verhouding tussen beide gemeenten ontstaat een zekere afhankelijkheid die met name Aalsmeer het eerst zal raken. Om te voorkomen dat dit problemen geeft, is het van belang dat er vooraf garanties worden gegeven dat Aalsmeer voldoende strategische ruimte behoudt. Dit is onder meer op te lossen door goede afspraken te maken en extra middelen te reserveren om zelf aan zet te zijn (strategie te bepalen) voor vraagstukken die de onderlinge concurrentie raken.
2. Eigenaarschap, opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap De nieuwe verhoudingen vragen om stevig opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap. Dit is echt iets nieuws en vraagt vooraf een zorgvuldige doordenking hoe dit in de praktijk invulling krijgt. Het eigenaarschap van de organisatie ligt volgens de huidige afspraken volledig bij Amstelveen. Dit maakt dat het risico groot is dat Aalsmeer in een afhankelijke, ongelijkwaardige positie terecht komt.
3. Financiële onderbouwing Uit de stukken blijkt dat veel van het beschikbare cijfermateriaal nog onzekerheden bevat.
4. Helderheid over de afspraken De huidige afspraken vragen meer duidelijkheid over wie wat gaat doen en garanties dat we in Aalsmeer echt krijgen wat we nodig hebben. De afspraak over de ‘baseline’ is logisch, maar nu is niet voldoende duidelijk wat we, in kwalitatieve en kwantitatieve zin, écht krijgen voor ons geld.
5. Mandaten Artikel 4.1 kan dusdanig worden uitgelegd dat het Amstelveense college vrijwel alle bevoegdheden van Aalsmeer kan overnemen. Dit terwijl het uitgangspunt is dat de organisatie voor beide colleges gaat werken, en niet dat het ene college voor het andere gaat werken. Veel logischer zou zijn dat het Aalsmeerse college specifieke mandaten verleent aan functionarissen binnen de gemeenten.
6. Gelijkwaardigheid Door alle stukken en regelingen heen druist een toon van ‘ongelijkwaardigheid’: Aalsmeer als ‘Calimero’, en Amstelveen heeft ‘de grootste broek aan’. Dit uit zich in termen als ‘gastgemeente’ versus ‘centrumgemeente’ en ‘relatiebeheerder’.
7. Vervolgproces Tot nu toe is alle aandacht gericht op de inhoud van de constructie. De veranderstrategie om daar te komen ontbreekt nog.
8. Vorming van de nieuwe organisatie Het is prima dat bij de vorming van de centrumgemeente niet meer overhoop wordt gehaald dan nodig is. Maar een goede inbedding van de organisatie van Aalsmeer in die van Amstelveen zal niet vanzelf gaan. De verhouding Aalsmeer (30.000) en Amstelveen (80.000 inwoners) is ook echt anders dan bijvoorbeeld bij Ten Boer (7.000 inwoners) en Groningen (180.000 inwoners). Zowel de organisatie-inrichting als het leiderschap moet goed aangepast worden aan de nieuwe situatie om problemen op de werkvloer te voorkomen.
9. Communicatie met de samenleving In het proces tot dusver zijn veel belangrijke spelers niet of nauwelijks betrokken geweest. Nu de samenleving voor het eerst van de plannen hoort ontstaan hier de wildste ideeën over.
10. Bestuurlijk opdrachtgeverschap In de nieuwe situatie wordt de afstand tussen bestuur en organisatie onvermijdelijk groter. Dat hoeft geen probleem te zijn, mits we daar goed op inspelen. Met een stevige kaderstellende rol van ons als raad en professioneel opdrachtgeverschap door uw college zullen we goed kunnen blijven sturen.
|
Nieuws
|