Nieuwsbrief



Vragen behorende bij het beraad inzake agendapunt B-2: Samenvoeging ambtelijke organisatie Aalsmeer en Amstelveen

 

1. Garanties dat Aalsmeer zijn beleidsvrijheid behoudt

In de verhouding tussen beide gemeenten ontstaat een zekere afhankelijkheid die met name Aalsmeer het eerst zal raken. Om te voorkomen dat dit problemen geeft, is het van belang dat er vooraf garanties worden gegeven dat Aalsmeer voldoende strategische ruimte behoudt. Dit is onder meer op te lossen door goede afspraken te maken en extra middelen te reserveren om zelf aan zet te zijn (strategie te bepalen) voor vraagstukken die de onderlinge concurrentie raken.

  • Op welke wijze borgt u dat Aalsmeer niet overschaduwd wordt door de belangen van Amstelveen?
    • Welke garanties kunnen worden gegeven dat Aalsmeer er op geen enkel terrein, kwantitatief of kwalitatief, op achteruit gaat?
    • Een specifiek voorbeeld van Aalsmeerse (beleids)vrijheid: wat gebeurt er bijvoorbeeld met De Meerlanden?

 

2. Eigenaarschap, opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap

De nieuwe verhoudingen vragen om stevig opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap. Dit is echt iets nieuws en vraagt vooraf een zorgvuldige doordenking hoe dit in de praktijk invulling krijgt. Het eigenaarschap van de organisatie ligt volgens de huidige afspraken volledig bij Amstelveen. Dit maakt dat het risico groot is dat Aalsmeer in een afhankelijke, ongelijkwaardige positie terecht komt.

  • Waarom is er voor gekozen het eigenaarschap volledig bij Amstelveen te leggen?
  • Hoe wilt u borgen dat eventuele loyaliteitsproblemen binnen de centrumgemeenteconstructie goed kan worden opgelost? En wie wordt daarvoor verantwoordelijk?
  • Hoe wordt geborgd dat opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap vanuit gelijkwaardigheid worden ingezet?

 

3. Financiële onderbouwing

Uit de stukken blijkt dat veel van het beschikbare cijfermateriaal nog onzekerheden bevat.

  • In hoeverre acht het college de huidige financiële onderbouwingen voldoende betrouwbaar om op termijn een structurele besparing van 1,4 miljoen voor Amstelveen te kunnen inboeken?

 

4. Helderheid over de afspraken

De huidige afspraken vragen meer duidelijkheid over wie wat gaat doen en garanties dat we in Aalsmeer echt krijgen wat we nodig hebben. De afspraak over de ‘baseline’ is logisch, maar nu is niet voldoende duidelijk wat we, in kwalitatieve en kwantitatieve zin, écht krijgen voor ons geld.

  • Wat doet het college om ervoor te zorgen dat vóórdat de centrumgemeente echt van start gaat volledig helder is wat binnen de baseline wel en niet wordt geleverd?

 

5. Mandaten

Artikel 4.1 kan dusdanig worden uitgelegd dat het Amstelveense college vrijwel alle bevoegdheden van Aalsmeer kan overnemen. Dit terwijl het uitgangspunt is dat de organisatie voor beide colleges gaat werken, en niet dat het ene college voor het andere gaat werken. Veel logischer zou zijn dat het Aalsmeerse college specifieke mandaten verleent aan functionarissen binnen de gemeenten.

  • Waarom is voor deze mandaatconstructie gekozen?
  • Hoe denkt het college te waarborgen dat de verhouding tussen beide colleges in de dagelijkse praktijk een gelijkwaardige wordt?

 

6. Gelijkwaardigheid

Door alle stukken en regelingen heen druist een toon van ‘ongelijkwaardigheid’: Aalsmeer als ‘Calimero’, en Amstelveen heeft ‘de grootste broek aan’. Dit uit zich in termen als ‘gastgemeente’ versus ‘centrumgemeente’ en ‘relatiebeheerder’.

  • Hoe waarborgt het college gelijkwaardigheid, zodat de eigen belangen en de Aalsmeerse identiteit werkelijk behouden blijven?
  • Wat is de reden geweest om de oorspronkelijke term ‘strategisch adviseur’ te veranderen in ‘relatiebeheerder’?
  • Kunt u toezeggen dat de ‘relatiebeheerders’ bij Aalsmeer zelf in dienst komen en dat dit financieel goed geregeld wordt?
  • Hoe borgt het college dat ook in het geval van een geschil de gezamenlijkheid en het vertrouwen tussen de partijen behouden zal blijven?

 

7. Vervolgproces

Tot nu toe is alle aandacht gericht op de inhoud van de constructie. De veranderstrategie om daar te komen ontbreekt nog.

  • Wat wordt er gedaan aan die goede veranderstrategie?
  • Hoe borgt het college dat voordat de constructie werkelijk van start gaat een goed doordachte veranderstrategie is ingezet?

 

8. Vorming van de nieuwe organisatie

Het is prima dat bij de vorming van de centrumgemeente niet meer overhoop wordt gehaald dan nodig is. Maar een goede inbedding van de organisatie van Aalsmeer in die van Amstelveen zal niet vanzelf gaan. De verhouding Aalsmeer (30.000) en Amstelveen (80.000 inwoners) is ook echt anders dan bijvoorbeeld bij Ten Boer (7.000 inwoners) en Groningen (180.000 inwoners). Zowel de organisatie-inrichting als het leiderschap moet goed aangepast worden aan de nieuwe situatie om problemen op de werkvloer te voorkomen.

  • Wanneer kunnen wij een concreet plan verwachten waaruit blijkt wat er gedaan wordt om de Aalsmeerse organisatie op een goede manier in te bedden in de nieuwe organisatie?
  • Wat wordt er gedaan om de medewerkers van beide organisaties voor te bereiden op de veranderingen die hen te wachten staan?

 

9. Communicatie met de samenleving

In het proces tot dusver zijn veel belangrijke spelers niet of nauwelijks betrokken geweest. Nu de samenleving voor het eerst van de plannen hoort ontstaan hier de wildste ideeën over.

  • Hoe gaat het college duidelijk maken aan de Aalsmeerse samenleving wat deze centrumgemeenteconstructie echt inhoudt en wat dat voor inwoners en organisaties gaat betekenen?

 

10. Bestuurlijk opdrachtgeverschap

In de nieuwe situatie wordt de afstand tussen bestuur en organisatie onvermijdelijk groter. Dat hoeft geen probleem te zijn, mits we daar goed op inspelen. Met een stevige kaderstellende rol van ons als raad en professioneel opdrachtgeverschap door uw college zullen we goed kunnen blijven sturen.

  • Hoe bereidt uw college zich voor op deze rol? En de raad?

 

Nieuws

meer...

Agenda

meer...